Soorten panelen

De officiële naam voor een zonnecel is fotovoltaïsche cel, vaak afgekort tot PV-paneel ( van het engels Photo-Voltaic). ‘Foto’ betekent licht, en met ‘volt’ meet je de kracht van elektriciteit. In het paneel wordt onder invloed van licht elektriciteit opgewekt. De eerste generatie van zonnepanelen maakt gebruikt van twee platen silicium. Deze hebben de fijne eigenschap dat er een stroompje tussen gaat lopen als er licht op valt. Die stroom wordt atfgetapt en het elektriciteitsnet opgestuurd.
In die eerste generatie onderscheiden we drie typen zonnecellen: monokristallijn, polykristallijn en amorf.

 

Monokristallijne cellen
Voor de fabricatie van monokristallijne siliciumcellen wordt zeer zuiver halfgeleidermateriaal gebruikt: uit een siliciumsmelt worden staven getrokken die uit één groot kristal (een monokristal) bestaan. Deze worden aansluitend in dunne schijven gezaagd. Deze productiewijze garandeert relatief hoge celrendementen, maar zegt nog niets over de efficiëntie van een paneel. Monokristallijn materiaal kwam oorspronkelijk uitsluitend uit de chipsproductie.

 

Polykristallijne cellen
De vervaardiging van polykristallijne cellen is voordeliger. Hierbij wordt vloeibaar silicium in blokken gegoten, die daarna in schijven gezaagd worden. Bij de stolling van het materiaal vormen zich kristalstructuren van verschillende grootten, waarbij aan de grensvlakten defecten optreden. Door deze kristaldefecten is het rendement van de zonnecel lager. Maar anders dan bij monokristallijn materiaal kunnen van polykristallen rechthoekige zonnecellen gemaakt worden. Dit geeft een betere benutting van het paneeloppervlak en zo wordt het rendementsverlies vaak weer goedgemaakt.


Dunnelaagcellen
Amorf zonnepanelen zijn het goedkoopst, maar hebben het laagste rendement. We spreken van amorf panelen als er op glas of een ander substraatmateriaal een fotovoltaïsche actieve laag wordt afgezet. Dit wordt ook dunnelaagcellen genoemd. De laagdiktes bedragen minder dan 1 µm (ter vergelijking: dikte van een menselijk haar is 50-100 µm). Door de geringere materiaalkosten zijn de productiekosten al lager. Toch ligt het rendement bij deze panelen nog ver onder dat van de kristallijne soorten.

 

Sindsdien zijn is er al een nieuwere soort op de markt:
CIGS (Copper indium gallium selenide) is een 'nieuw' halfgeleidermateriaal voor de productie van zonnecellen dat bestaat uit koper, indium, gallium, en selenium. Deze technologie belooft vooral hoge rendementen. Zonnepanelen die perfect passen wanneer de zonnepanelen ook mooi moeten zijn.
De productie van zonnepanelen met behulp van minimum hoeveelheden energie en grond stoffen wordt aangeduid als "dunne-film technologie". In plaats van afzonderlijke cellen als de basis voor de module, wordt een ultra dunne fotovoltaïsche laag toegepast op een substraat.


CIGS zonnepanelen zijn vervaardigd op geautomatiseerde productielijnen in "Solar Valley" in Bitterfeld-Wolfen, Duitsland. De CIGS laag wordt toegepast op een molybdeen-bekleed glas substraat. De dunne-film cellen zijn gedefinieerd en door fijne patronen lijnen op het glas-substraat in serie geschakeld. In combinatie met een transparante zinkoxide laag produceren de cellen een fotovoltaïsche effect wanneer blootgesteld aan de zon.

 

Die CIGS zijn te verkrijgen in buisjesvorm (Sunhunter) of in paneelvorm (Q-smart)
Voordelen van CIGS zijn:

  • minder schaduwgevoelig
  • minder temperatuursgevoelig
  • volledig zwart 

zon

Om uw panelen het best te laten werken kan u ze best in het zuiden plaatsen in een hoek van 35°.
Ook het onderhoud is heel eenvoudig. Zonnepanelen gaan ongeveer 30 jaar mee. Wanneer u op een open vlakte woont worden uw panelen gekuist door de regen. Indien u in een bosrijk gebied woont, is het aangeraden om uw panelen om de 2 jaar te laten nakijken.

 

Voor technische info van verschillende merken zie: klik hier

contact

Delimo BVBA
Roeselaarsestraat 9a
8890 Moorslede
Tel: 051/77 07 12

BE0478.544.154

e-mail ons

Design downloaded from free website templates.